Technisch proces

Het koolzaad voor onze brassikaarsen wordt geproduceerd op Europese velden in Duitsland, Frankrijk, België en Nederland. Het zaad van de koolzaadplanten wordt geoogst en vervolgens geperst om de olie te winnen. Deze koolzaadolie kent veel toepassingen. Zo wordt de olie vaak gebruikt in voedingsmiddelen, in biodiesel en smeermiddelen, maar kan dus ook worden benut om kaarsenwas van te maken! De uit de koolzaadjes gewonnen olie wordt in dat geval verder verwerkt tot de koolzaadwas die wij gebruiken voor het vervaardigen van onze brassikaarsen.

Stap 1

Koolzaadwas bestaat uit kleine, ronde, crèmekleurige pastilles. Om hier mooie brassikaarsen van te kunnen maken, moeten deze pastilles eerst gesmolten worden. Zo verkrijgen we een vloeibare was die bewerkt kan worden.

Stap 2

Om de kaars een lekkere, subtiele geur mee te geven, is dit het moment dat we etherische olie aan de was toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan lavendel, jasmijn of sandelhout. Om de kaars te kleuren, worden bij deze stap ook natuurlijke pigmenten toegevoegd.

Stap 3

Als alles goed gemengd is, moet de was wat afkoelen, tot ongeveer 50 graden.

Stap 4

Ondertussen worden de lontjes in de mallen geplaatst, die vele vormen kunnen hebben. Zo zijn er vormen voor kegelkaarsen, ribbelkaarsen, bolkaarsen of gewone dinerkaarsen. Ook maken we geurkaarsen in potjes.

Stap 5

Als de was voldoende is afgekoeld, wordt deze langzaam en voorzichtig in de mal gegoten. Niet te snel, want er moet goed op worden gelet dat er geen luchtbellen ontstaan in de kaars.

Stap 6

Als de was gegoten is, kan het geheel verder afkoelen. Ook dit mag niet te snel gebeuren, om het ontstaan van luchtbellen te voorkomen. Gemiddeld is voor het afkoelen zo’n 8 uur nodig. Als de kaars gestold is, knippen we de lonten tot ongeveer 1 cm af. We verwijderen de mal, waarna de brassikaars klaar is om te branden!